Bestuurder, gebruik je kompas

Dat commissarissen veel meer vanuit het maatschappelijke belang moeten redeneren en daarbij hun morele kompas gebruiken, werd bevestigd in de Jaarlezing Goed Bestuur die advocaat Marry de Gaay Fortman onlangs uitsprak. Ze gaf een sprankelende visie op de rol van de commissaris vandaag en morgen. Deze tijd vraagt – zo was de kern van haar betoog – een nieuw soort commissaris. Want, zo sprak zij: “What brought us here won’t bring us there”.

''De discussie over diversiteit aan de top van organisaties in Nederland duurt al erg lang, en de resultaten zijn nogal bedroeven''

De Gaay Fortman heeft als Zuidas advocaat (Houthoff) en multi commissaris (o.a. DNB, KLM, VGZ, RoyalHashkoningDHV) een stevige dosis ervaring, en ze lardeert haar betoog dan ook met vele voorbeelden en anekdotes. Veel hiervan zijn ook te lezen in haar verleden jaar verschenen boek ‘Verdrink geen dode eend’, waar ze op een persoonlijke manier terugkijkt op haar tocht naar de top. Ze is actief voorstander van het vergroten van diversiteit in de bestuurskamer, maar het gaat haar vooral om diversiteit van ideeën en inzichten.

Nu duurt die discussie over diversiteit aan de top van organisaties in Nederland al erg lang, en de resultaten zijn – zeker vanuit een internationaal perspectief – nogal bedroevend. Maar of we die diversiteit nu wel of niet gaan forceren, met een quotum of met wettelijke verankeringen van zelfregulering in de codes – het gaat meer om het belang van diversiteit, dat alleen maar groter wordt.

Daartoe zou elke bestuurder – in de woorden van De Gaay Fortman – aan ‘corporate soul searching’ moeten doen. Daarbij stel je jezelf de vraag wat je tien jaar geleden nog wel deed in je organisatie, maar nu niet meer. En stel je vervolgens de vraag: wat doe je vandaag, waarvan je over tien jaar terugkijkend verbaasd bent dat het ooit de standaard was? Ik vind het van groot belang dat toezichthouders bestuur en directie scherp houden op deze vraag.

Dat is nodig, daar is geen twijfel over. De grotere maatschappelijke vraagstukken van onze tijd (denk aan energie, klimaat, pensioenen, armoede, ongelijkheid) zijn vaak nauw verbonden met de organisaties waar we leiding aan geven. Bedrijven en organisaties kunnen een bijdrage leveren aan een oplossing (hoe klein dan ook). Omgekeerd vormen deze vraagstukken ook bedreigingen voor lange termijn waardecreatie. De toezichthouder moet zich daarom bezighouden met wet en wenselijkheid. Dat vraagt niet alleen om eigenwijze en breeddenkende commissarissen. Het vraagt ook om het delen van ervaringen.

Daar is een nieuw woord geboren: we moeten een ‘moresprudentie’ opbouwen waarbij we leren van afwegingen en keuzes bij ethische dilemma’s om in nieuwe (vergelijkbare) situaties het goede te doen. Goed bestuur en toezicht worden op deze manier opgerekt tot de rol die bedrijven innemen in onze maatschappij.

“Zorg voor diversiteit van denken en gebruik je morele kompas. Dát is goed bestuur, zo vinden wij bij de Galan Groep”

Dat is grotendeels conform de Rijnlandse traditie, waar commissarissen zich richten op het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Het is een goede gedachte om daarbij ook het maatschappelijk belang in ogenschouw te nemen – en dat in de praktijk te brengen door te werken aan een minder gesegregeerde samenleving. Dat is op zichzelf al een goed idee, maar het past ons ook om, in onze positie, verantwoordelijkheid nemen te nemen in de samenleving. Verantwoordelijkheid nemen straalt bovendien goed af. Fair play levert bonuspunten op.

Geïnspireerd door De Gaay Fortman koppel ik aan deze vaststelling graag een pleidooi. Een oproep tot een moreel reveil van de bestuurlijke elite. Er is brede maatschappelijke onvrede over de wijze waarop deze haar rol vervult. Kijk naar de Gele Hesjes, kijk naar Thierry Baudet en naar Nigel Farage. Velen vragen zich af wie er zorgt voor het maatschappelijk belang. Ze vermoeden dat de bestuurlijke elite de aansluiting met grote delen van de maatschappij aan het verliezen is, voor zover deze niet al verloren is.

Een moreel reveil: wie pakt de handschoen op, vanuit het besef dat wanneer je een bevoorrechte positie in de maatschappij bekleedt, dat ook verplichtingen schept jegens die maatschappij? Bestuurders en toezichthouders dienen zich aangesproken te voelen. Hun taak, zo houd ik ze graag voor: zorg voor diversiteit van denken, gebruik je morele kompas, en draag bij aan corporate soulsearching.

Dát is goed bestuur, zo vinden wij bij de Galan Groep. Goed bestuur en toezicht zijn niet in steen gebeiteld maar vormen een ‘moving target’. Dat is ook de reden dat codes voor goed bestuur regelmatig aan een update onderhevig zijn. In de laatste revisie van de corporate governance code kwam lange termijn waardecreatie centraal te staan in te tekst. Was dat nieuw? Niet helemaal, in de preambule van de voorgaande versies werd het ook al genoemd. Maar dat is nog wat anders dan het centraal te plaatsen in de code.

Juist in de huidige tijd verdient het de aandacht om het maatschappelijk belang een centrale plek te geven in goed bestuur en toezicht.

Het interessante hierbij is dat corporate governance hierin achterloopt ten opzichte van andere sectoren. In onderwijs, zorg, en vele andere sectoren is het maatschappelijk belang al veel prominenter aanwezig. Niet alleen in de codes en de boekjes, maar ook in de bestuurskamer. Daar kan het bedrijfsleven nog wat van leren.

 

Eelke Heemskerk

Eelke Heemskerk is Senior Adviseur Governance bij de Galan Groep en tevens universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam.